Maandelijks archief: november 2014

Landlopers | gezegend op reis| feuilleton, deel 2

Op 1 juni 1998 vertrok ik samen met Cathelijne en onze herdershond Jonas voor een voettocht van ruim vierduizend kilometer naar Santiago de Compostela en verder. Hierover schreef ik het boek ‘Landlopers – een voettocht met blaren, onrust en tortilla’. Deel 1 verscheen vorige week. 

2 Heiloo – Gezegend op reis

Vandaag, de dag vóór ons vertrek, valt samen met de afsluiting van de Mariamaand. Vandaag is de belangrijkste dag voor de ruim duizend jaar oude bedevaartsplaats Heiloo. Vandaag stopt de trein op een anders ongebruikt stationnetje tegenover de Mariakapel. Honderden gelovigen, vaak oud en slecht ter been, maken dankbaar gebruik van het met gras overwoekerde perron.

De pelgrims tijdens een Overijsselse oefentocht

Na lang speuren in de bibliotheek heb ik een route uitgestippeld die zoveel mogelijk de oude pelgrimspaden volgt. Het is een fijn idee om over een pad te lopen waar miljoenen mensen ons voor zijn gegaan. De tocht voelt als een pelgrimage, en dat begint dichter bij huis dan de gemiddelde Noord-Hollander vermoedt.

Heiloo is, zoals de naam al suggereert, een heilige plaats, een heilig bos. De legendes stammen uit de tijd van de kerstening. Sint Willibrord kwam in de herfst van 690 naar de Nederlanden om in opdracht van Paus Sergius de Eerste met elf metgezellen ons gebied te bekeren. Met zijn tochtgenoten stichtte Willibrord kerken in onder andere Heiloo, Petten en Schoorl. Zo slaagde Willibrord erin Holland te bekeren, een klus waar Sint Valentinus een half millennium eerder al aan was begonnen.

Vandaag eindigt de Mariaverering met een door de bisschop van Haarlem geleide processie naar de Runx-put, een bron die volgens de overleveringen door Willibrord is ontdekt. Monseigneur Bomers staat op de trap voor de Maria-kapel en steekt boven de bedevaartgangers uit. De avondzon straalt door de lichtgroene boombladeren en strijkt over de gezichten, allemaal gericht op de bisschop.

De middeleeuwse pelgrim ging altijd gezegend op reis. Voor ons moderne pelgrims is de zegen ook belangrijk, alleen al omdat het een eeuwenoude traditie is en we zoveel mogelijk willen reizen als de pelgrims van weleer.

Na afloop van de processie vragen we monseigneur Bomers om onze reis te zegenen. Hij staat in vol ornaat op de trap. Mantel, staf en mijter met edelsteen in het midden, het is een heel mooie Sinterklaas.

‘Ja, u en uw vrouw, is het niet? Volg mij maar, dan gaan we naar een rustige plek.’

Kordaat en met grote zwieren van zijn staf loopt hij voor ons uit de kapel in. Cathelijne botst bijna tegen hem op als hij onverwachts halt houdt om Maria te groeten.

je Apenbrein de baas met meditatie

Ook jij hebt een apenbrein! In dit filmpje van Mingyur Rinpoche leer je in goed vijf minuten waarom mediteren goed voor je is, en wat mediteren nu eigenlijk is.

Je apenbrein de baas met meditatieWe zijn van jongs af aan getraind om alles met het denken op te lossen, en nu leer je wat anders. Iedere keer als je in gedachten verzeild raakt, over het verleden of over de toekomst, moet je je er bewust van zijn dat je denkt. Om vervolgens je aandacht liefdevol, geduldig, maar wel resoluut terug te brengen naar het moment, naar het ‘nu’, naar je adem (of een ander meditatie-object).

Wéten is stap 1. Stap 2 is doen. Ga gewoon zitten. Weg van de theorie, weg van het denken. Zitten, om te beginnen elke dag een paar minuten.

Kiezen voor geluk (geluksexperiment 1)

 The mind is its own place, and in itself
Can make a Heaven of Hell, a Hell of Heaven
John Milton, Paradise Lost

‘Klinisch bewezen’ staat prominent op m’n tandpasta. Vast niet meer dan een loze reclamekreet… Geldt dat ook voor die honderden zelfhulp-boekjes die de hemel op aarde beloven?

Geluk als keuze: dankbaarheid tonen

Schijnbaar niet voor alle boekjes. Onderzoek naar geluk is ondertussen wetenschappelijke mainstream. Een zo’n geluksonderzoeker is Sonja Lyubomirsky. Zij schreef de bestseller The How of Happiness – A New Approach to Getting the Life You Want.*

Volgens Lyubomirsky heb je geluk zelf in de hand. Geluk is een keuze. Hoe je denkt over jezelf, je omgeving en situatie, is veel belangrijker voor je gelukservaring dan je daadwerkelijke levensomstandigheden.

In The How of Happiness beschrijft Lyubomirsky strategieën om gelukkig(er) te worden. Ze beschrijft daarbij alleen dát gedrag, waar je ‘klinisch bewezen’ gelukkiger van wordt.

Ik kies ook bewust voor een gelukkiger leven. Tijd om Lyubomirsky’s strategieën eens te testen. Beginnen bij het begin, waarom niet? Expressing gratitude. Dankbaarheid tonen.

Geluk als keuze: dankbaarheid tonen

Waarom dankbaarheid tonen je gelukkiger maakt? Lyubomirsky geeft er acht redenen voor: het tonen van dankbaarheid:

  1. helpt je om bewuster van positieve ervaringen te genieten
  2. vergroot je gevoel voor eigenwaarde
  3. helpt je om te gaan met stress en traumatische gebeurtenissen
  4. moedigt moreel hoogstaand gedrag aan
  5. verstevigt en verdiept bestaande contacten en helpt je om een band met nieuwe mensen aan te gaan
  6. zorgt ervoor dat je jezelf minder vergelijkt met anderen
  7. gaat niet samen met negatieve gedachten en emoties, zodat het bijvoorbeeld boosheid, bitterheid en hebzucht tegengaat
  8. werkt ‘hedonische adaptatie’ tegen, ons opmerkelijke vermogen om het bijzondere al heel snel als volstrekt alledaags te zien. Vandaar dat lottomiljonairs ook niet gelukkiger zijn dan jij en ik.

Klinkt goed! Maar hoe gaat dat dankbaarheid tonen praktisch in z’n werk?

[Wordt vervolgd]

* De Nederlandse vertaling van Lyubomirsky’s boek is De maakbaarheid van het geluk – Een wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven.

(als je het boek via deze link koopt,
ontvang ik een paar procent commissie.
Mijn hartelijke dank daarvoor!)

Landlopers | proloog | feuilleton, deel 1

Op 1 juni 1998 vertrok ik samen met Cathelijne en onze herdershond Jonas voor een voettocht van ruim vierduizend kilometer naar Santiago de Compostela en verder. Hierover schreef ik het boek ‘Landlopers – een voettocht met blaren, onrust en tortilla’. De komende maanden verschijnt dit boek als feuilleton op Ligtvoetigheden. Hieronder alvast het eerste deel.

1 Proloog

De poort van dressuur naar vrijheid is dubbel glas, de grens niet meer dan een raam op de zesde verdieping. Mensen in de kantoortuin achter mij staren naar beeldschermen en bladeren driftig in ordners. Mijn blik dwaalt over de Noord-Hollandse duinen in de verte. Herinneringen flitsen door mijn hoofd.

Pelgrimshond Jonas

Nu zit ik op kantoor, een paar maanden geleden was ik te voet op weg naar Jeruzalem. De vrijheid is weg. De maatschappij heeft mij weer omarmd in een beschermende, maar ook knellende greep. Duinen, zee. Mijn blik gaat verder en verder. Helemaal tot het Franse Hendaye, de grens tussen mijn leven als financieel medewerker met stropdas en als zwerver in weer en wind.

Bij de ingang van het station zitten twee clochards met veel gebaren tegen elkaar te praten. Eén van hen opent een flesje bier, de ander heeft een wijnkarton binnen handbereik. In de stationshal zijn een paar mensen aan het bedelen. Reizigers haasten zich kriskras heen en weer en negeren de zwervers. Een jonge vrouw valt mensen lastig, voor een clochard ziet ze er te netjes uit. Haar blik is wild en ze praat Engels met een Amerikaans accent.

‘Misschien kunnen we haar helpen,’ zegt Cathelijne.

We lopen naar haar toe. Ze kijkt ons bijna smekend aan.

‘Gelukkig… niemand spreekt hier Engels. Ik moet mijn ouders bellen, die zijn zeker doodongerust. Het juiste nummer… het lukt niet.’

Ze kalmeert pas als Cathelijne een hand op haar schouder legt.

‘Wie moet je bellen? Geef het nummer maar, dan probeer ik het.’

Via de Franse Inlichtingen krijg ik het juiste nummer voor de direct call naar de Verenigde Staten. Het meisje barst in huilen uit.

‘Het spijt me dat ik zo moet huilen…’

‘Ach,’ zegt Cathelijne, ‘we zijn het gewend. Ik loop al dagen te janken.’

We wachten tot het meisje daadwerkelijk haar ouders aan de lijn heeft. Bij de eerste woorden slaat haar stem over. Ze glimlacht naar ons.

Met de treinkaartjes voor morgenochtend op zak lopen we door de hal naar buiten. De zwerver met het bierflesje rent achter ons aan.

‘Wat kost die hond? Zo een kan ik wel gebruiken.’

Ondanks zijn drinktempo praat hij met een verrassend heldere stem.

‘Het spijt ons, dit is onze kameraad. Die verkopen we niet.’

‘Oh, oké. Nou, misschien je dan een paar francs voor me?’

Ik geef hem wat kleingeld.

Klooster bij Eunate, op de Camino onderweg naar Santiago de Compostela

In de TGV van Bordeaux naar Parijs word ik wakker. Jonas ligt in diepe slaap onder de bank. Door de medicijnen leef ik al dagen in een zombie-achtige roes. Naast me zit Cathelijne, ze staart stil naar buiten. Aan het eind van de coupé voeren twee mannen in donkere maatkostuums een zakelijk gesprek. Ieder met gsm in de hand en notebook op schoot. Hun bespreking wordt steeds onderbroken door het gepiep van de telefoons.

Het landschap schiet voorbij. We verlaten de heuvels en de trein mindert vaart, langs een oud kanaal. De bomen langs het water en het vlakke achterland geven het geheel een Hollands tintje. Om de paar kilometer passeren we vervallen sluizen, zo smal dat alleen plezierbootjes er doorheen kunnen.

Het komt me hier bekend voor, en ineens zie ik een voetbalveld met het kleedhok waar we een paar maanden geleden overnacht hebben. Ik draai me om en kijk naar Cathelijne. Ze heeft het al gezien.

Je kunt hier een gedrukte versie van Landlopers bestellen.

Landlopers0 Cover

de Croissantbezuiniging

Je kent het wel, je raakt gesetteld. Huisje, boompje, beestje… eh, drie kinderen. Met iedere nieuwe stap op de carrièreladder neemt het inkomen toe. Tegelijkertijd verdwijnt vrije tijd als sneeuw voor de zon. Met té veel geld en té weinig tijd neemt vervolgens de buikomvang gestaag toe, net als het uitgavenpatroon. Dat suddert zo door, tot je denkt: kan ik misschien wat minder gaan werken?

De croissantbezuiniging: zelf lekkere bolletjes bakkenGrote Schrik! Dat kan dus niet! We geven per maand anderhalf keer zo veel uit als ik dacht. Twee keer zo veel als een paar jaar geleden. Geld moet rollen, maar zo rolt het wel heel snel in een diep, zwart gat.

Waar blijft al dat geld? Een deel van de extra uitgaven is makkelijk te achterhalen: etentje hier, boekje daar, weekendje weg… De rest is spoorloos verdwenen. Pas na urenlang speurwerk in de afschriften van het afgelopen jaar blijkt in welk zwarte gaten het verdwijnt.

Als ik al nauwelijks weet waar m’n geld verdwijnt, dan zijn al die uitgaven vast veel minder noodzakelijk dan ik denk. Impulsaankopen met dank aan al die geniepige maar alomtegenwoordige verkoopverleiders. Het resultaat – afgezien van een veel te grote inkomensafhankelijkheid – is dat ons huis steeds kleiner wordt.

Bezuinigingsexperiment 
Een jaar lang rigoureus in onze uitgaven schrappen. Dan merken we vanzelf wel wat we écht missen. Na een uurtje stoeien met een spreadsheet heb ik – op papier – onze maandelijkse uitgaven met ruim een derde naar beneden getoverd. Dit gaat vér voorbij de kaasschaafmethode!

De croissantbezuiniging: zelf lekkere bolletjes bakken

Het eerste wat er uit gaat zijn de weekendcroissants. Zaterdag en zondag haalden we tot voor kort een overheerlijk assorti croissantjes, kaasbroodjes, mueslibollen… Kassa, toch zo’n euro of zestien per weekend. Zeventig euro per maand. Ruim achthonderd euro per jaar.

Is dat nodig? Nee. Er is een alternatief: zelf bolletjes bakken. Kaasbolletjes, bolletjes met pitjes, bolletjes met een eetlepeltje chocoladepasta van binnen… Kost nog geen euro per weekend, maar vergt wel enige tijd en aandacht op de vroege zondagmorgen…

Wacht, dat is juist goed. Mindfulle mueslibollen! De kinderen versieren hun eigen bolletjes en kijken hoe ze in de oven transformeren van deegklont tot puur genieten.

De croissantbezuiniging: zelf lekkere bolletjes bakken

[Nu, in het eerste halfjaar van het bezuinigingsexperiment, hebben we onze uitgaven al met 30% teruggebracht. Missen we veel? Kost het veel moeite. Nee, eigenlijk niet.] 

 

 

 

 

 

blogWaarom

Dit is het verslag van een gelukkig getrouwde vader van drie, die al jaren krampachtig te veel probeert te doen. Die te veel moet… van zichzelf. Die nu streeft naar een eenvoudiger, rustiger leven, en ontdekt hoe moeilijk dat is.

rust en ruimte in Zweden

Dit is het verslag van een veertiger die zich ineens realiseert: verhip, ik heb ook nog een lichaam. Een lichaam dat de afgelopen twee decennia schandelijk verwaarloosd werd. Dat ‘plotseling’ protesteerde, zich zwembandjes aanmat, en altijd de schuld kreeg van hoofdpijn, vermoeidheid en ander ongemak.

Dit is het verslag van een atheïstisch calvinist die leefde ín de toekomst. Die nu de tijd neemt meer te ‘zijn’ en minder te ‘doen’. Hier. Nu. Althans, dat probeert. Hoe volstrekt onmogelijk dat ook lijkt te zijn.

Dit is het verslag van een volstrekt rationeel econoom die zich opmaakt voor een innerlijke ontdekkingstocht langs eeuwenoude wijsheden en wetenschappelijk onderbouwde wegen om tot geestelijke en lichamelijke balans en gezondheid te komen.

Dit is het verslag van mijn bewuste keuze voor geluk.

band en Buikomvang

Na twintig jaar was het wel even zoeken. Uiteindelijk vond ik hem op zolder, opgerold in een dubbele vuilniszak. Mijn gi, mijn karatepak – nog steeds hagelwit – en de obi, de band om de jas mee dicht te knopen.

Karateband en buikomvang

‘s Avonds in de kleedkamer trok ik het pak aan. Het vertrouwde schuren van het ruwe, zware katoen. De band, die op een vastgestelde manier moet worden omgeknoopt. Een ritueel. Dat ging allemaal goed, tot de laatste knoop. De uiteinden schoten los uit mijn handen. Mijn band was een flink stuk korter geworden…

Dat is alweer dik twee jaar geleden. Ondertussen is die band weer een stukje langer en ik ben tien kilo afgevallen. Waarom ging ik na twee decennia weer naar de sportschool? Waarom zat er te veel spek om m’n middel? Waarom op zoek naar stilte en geluk? Daar schrijf ik over op dit blog.

over SintMaartenGezeur en een klef Handje

SintMaarten en kindergezeurSint-Maarten is een ware uitputtingsslag.

“Mijn voet doet pijn en mijn knie ook.”

Na twee uur zeulen met steeds zwaardere plastic zakken vol snoep, koek en chocola hebben mijn twee zoontjes het helemaal gehad. We gaan naar huis.

“Mijn muts kriebelt.”

Jengelen, zeuren, huilen. En het eten is ook nog eens vies. Te warm. Te veel. Te vol met stukjes… De jongste moet plassen. Hij weet over de paar meter naar de wc minstens drie minuten te doen. Valt steeds om en blijft met jammerlijke uithalen een dramaturgisch perfect stervend lelijk eendje vertolken. Tuinbroek uit, plassen, en een afgekoeld bord later kan ik verder eten.

Te vroeg gejuicht.

“Ik moet nu poepen.”

SintMaarten en kindergezeurWeer vijf minuten later is mijn bord – en dat van beide kleine heren overigens ook – nog steeds vrijwel onaangeroerd en ondertussen ijskoud. Met een uiterste krachtsinspanning blijf ik aan de buitenkant kalm, maar innerlijk heb ik de inhoud van die pan dieprode pastasaus al diverse keren gebruikt als wanddecoratie.

“Ik ga altijd boos blijven en nooit meer eten.”

Pas als ze na duizend keer aansporen wat eten binnen hebben, knappen ze op. Wonderbaarlijk snel ook, gezien de eerdere malaise. Bij het toetje zijn ze zelfs uitermate tevreden. Ik ook. Omlijst door enthousiast toetjesgesmak geniet ik van een perzikenyoghurtje.

Dan voel ik ineens een klef, warm handje op mijn arm. Ik kijk op, recht in de stralende, open lach van mijn zoontje.

“Papa, wij zijn vriendjes he?”

Dat zijn we, altijd.

koken met Aandacht

Na het koffie-experiment stond het afgelopen weekend in het teken van vast voedsel. Koken komt meestal neer op één van vijf standaardmaaltijden: (1) pasta met rode saus (2) aardappels-groente-vleesje (3) patat-broccoli-vissticks (4) aardappel-anders (5) groentetaart.

Koken heeft een lage prioriteit, zo veel mag wel duidelijk zijn. Snel tijd voor slow food. Vergezeld van een flinke stofwolk trek ik een kookboek uit de kast en ben ik aan het experimenteren geslagen.

pizza

Ondanks uren van plezierig werk – inclusief nog nagenietend een gigantische keukentroep opruimen–zag het resultaat van het harde werken er héél anders uit dan de kunststukjes van de professionele koks.

salade

Koken vergt duidelijk oefening. Dat geeft niet, want wat extra aandacht aan het koken werkt: de kinderen aten een weekend lang met slechts een fractie van het normale groentegezeur. Een zelf belegde fantasiepizza of pasta zónder rode saus maakt duidelijk hongerig. Kinderen blij, papa en mama blij. En het eten was nog lekker ook.

koekjes

zelfgebakken brood

kopje Koffie met Aandacht

Koffie drink ik altijd even snel multitaskend tussendoor. Meestal proef ik er dan niets van; het kopje is leeg voordat ik er erg in heb. Soms vergeet ik te drinken door al het e-mail- en telefoongeweld. Later vind ik dan een bitterkoude bak die zelfs de ficus niet meer lust.

Op zoek naar leegte heb ik – geïnspireerd door de folder van een koffiewinkel – mijn oude vakantiecafetière maar eens uit de kelder opgediept. Ik trakteer mezelf op een zak Supremo Blue Nile uit Ethiopië en verzamel noest alle benodigde koffiezetparafernalia.

koffie met aandacht

Het is een heel ritueel, dat singletasking koffiezetten. De cafetière moet goed warm zijn, anders koelt de koffie te snel af. Verder moet exact de juiste hoeveelheid koffie met exact de juiste maling de cafetière in. Maar ja, wat is exact goed? “Dat hangt van de koffie af” is alles wat het foldertje daarover weet te zeggen.

Als eerste poging besluit ik drie eetlepels koffiebonen drie seconden te malen. Vervolgens gaan de koffiebonen samen met water dat een minuutje van de kook is. De ideale temperatuur ligt immers tussen de 90 en de 96 graden, orakelt de folder. Daarna goed roeren en drie minuten laten staan.

Het is zo ver. De koffie gaat dampend in het voorverwarmde kopje. De geur is aangenaam, maar een tikkeltje wrang. De smaak ook… toch te veel bonen? Ik herhaal het hele proces, maar nu met twee eetlepels en twee minuten trekken. Beter: geurig, maar zonder bittere bijsmaak. Toch heeft die koffie de belofte in zich om nog wat voller, nog wat robuuster te zijn – zonder wrangheid. Wat wil die koffie van me? Meer bonen of langer trekken?

koffie met aandacht

Morgen ga ik verder met experimenteren. Nu eerst genieten van een heerlijke kop koffie zonder suiker, zonder melk en zonder e-mail.

[Dit dagboekfragment heb ik ruim een jaar geleden geschreven. Ondertussen geniet ik iedere morgen van een kopje koffie met aandacht. En meestal blijft het bij dat ene kopje, in plaats van de voorheen gebruikelijke vier, vijf of zes.]