Maandelijks archief: december 2014

de Muis – ontspanverhaal voor een ontspannen 2015

de Muis, ontspanverhaalMijn dochter van zeven hoopt dat iedereen ontspannen is en heeft daarvoor ‘de Muis’ geschreven, een ontspanverhaal. Je kunt het downloaden (mp3), voorgelezen door de auteur zelf, of het hieronder afspelen.

Iedereen ontspannen, ik vind dat een mooie gedachte. Vandaar mijn nieuwjaarswens voor jou: een heel ontspannen 2015!

 

 

De tekst van ‘de Muis’ kun je nalezen in het originele (en heel origineel geschreven) manuscript.

ontspanverhaal4

 

 

ontspanverhaal1

 

 

ontspanverhaal2

 

ontspanverhaal3

 

 

Landlopers | het Amsterdamse Mirakel | feuilleton, deel 4

Op 1 juni 1998 vertrok ik samen met Cathelijne en onze herdershond Jonas voor een voettocht van ruim vierduizend kilometer naar Santiago de Compostela en verder. Hierover schreef ik het boek ‘Landlopers – een voettocht met blaren, onrust en tortilla’. Deel 3 verscheen vorige week. 

Gehuld in mijn grote blauwe poncho sjok ik door het centrum van Amsterdam met Cathelijne naast me als een rood geponchode Quasimodo. Jonas volgt met gelaten blik. Een koude watersliert sijpelt langs mijn nek omlaag, de poncho is op zoveel regen niet berekend. Zo trekken we door het bedevaartsoord Amsterdam, als drie moderne pelgrims. Voor de Amsterdammers om ons heen zijn we niet meer dan rugzaktoeristen.

Het Amsterdamse Mirakel en de Stille Omgang

Mannen in nette pakken kijken me van onder hun paraplu’s een tikkeltje meewarig aan. Ze vragen zich misschien af wat iemand bezielt om in dit weer rond te lopen. Ik haal mijn schouders op, voor zover dat mogelijk is met een rugzak van ruim twintig kilo. Carrière staat nu erg ver van mij af. Nu ben ik eigen baas en leef zonder de zekerheid van een vast inkomen en zonder het gemak van een eigen huis.

Op het Rokin leg ik mijn hand op de zuil die de hoofdstad als bedevaartsplaats symboliseert. Weinig Amsterdammers en toeristen weten dat deze zuil één van de laatste verwijzingen is naar het pelgrimsverleden van Amsterdam. Voorbijgangers werpen er hooguit een blik op en gaan dan door naar de Munt of Madame Tussaud.

Het Amsterdamse Mirakel en de Stille Omgang

De zuil maakte deel uit van de in het begin van de twintigste eeuw afgebroken Mirakelkerk, de Heilige Stede. Hier gebeurde in het jaar 1345 een wonder. De oudste en waarschijnlijk meest oorspronkelijke versie van het mirakelverhaal is te vinden in een oorkonde van de Hollandse graaf Albrecht uit 1378:

In Amsterdam, gelegen in het bisdom Utrecht, was een man zwaar ziek en vreesde te sterven. Om hem de laatste sacramenten toe te dienen werd een priester geroepen. Deze gaf hem na de biecht het heilig sacrament van de eucharistie. Echter na het eten van de geconsacreerde hostie kon de zieke een braakneiging niet onderdrukken. Hij ging naar de brandende haard van zijn kamer en braakte daarin het sacrament uit. Daarop bleek dat de zieke niet alleen maar de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat bovendien het brood niet door het hoogopvlammende vuur werd aangetast.

Uit: “Het vierenswaardig wonder”,
A. van Duinkerken. Amsterdam, 1956.

Het Amsterdamse Mirakel en de Stille Omgang

Amsterdam was in de Middeleeuwen een katholiek bolwerk met Sint Nicolaas als stedelijk schutspatroon. Drie Sint Nicolaaskerken stammen uit de tijd dat Amsterdammers nog met trots de bijnaam Claesmannen droegen. Toen nam het mirakel een belangrijke plaats in. Na de verandering van de regering in 1578 mocht de katholieke bevolking haar geloof niet meer in het openbaar belijden en ontstonden er schuilkerken, met Onze Lieve Heer op Solder als bekendste voorbeeld. Sinds die tijd vieren de katholieken het mirakel met een Stille Omgang. Dat gebeurt nog steeds: een zwijgende tocht door het nachtelijke centrum van Amsterdam.

’Typisch geval van de wallen op stap.’In de nacht van zaterdag 21 op zondag 22 maart 1998 liepen we samen met Jonas de Stille Omgang mee als een geestelijke voorbereiding op de voettocht. Volgens een krantenartikel waren er in totaal tienduizend mede-omgangers die nacht, waaronder verrassend genoeg steeds meer protestanten. Jonas was, voor zover wij weten, de enige hond.

Beschonken lieden in de uitgaansstraten toonden weinig begrip voor de Mirakelse bedevaartgangers. In de Warmoesstraat elleboogden hoerenlopers ruw door de stroom pelgrims heen. Toeristen stonden langs de route en vroegen zich in snerpend Amerikaans of aarzelend Japans waarom er in het holst van de nacht een stille stoet door de straten van het centrum liep.

Het Amsterdamse publiek dacht te maken te hebben met een protestmars van bejaarden, vanwege de vele grijze deelnemers. Een zwaar opgemaakt meisje met een ladder in haar panty riep vanuit een café:

’Typisch geval van de wallen op stap.’

Het Amsterdamse Mirakel en de Stille Omgang

Het Amsterdamse Mirakel en de Stille Omgang

De trein als zen-meester

de trein als zen-meesterReizen met de trein biedt ruim gelegenheid om tot zelfinzicht te komen. Vertraging en gemiste aansluitingen zijn schering en inslag. Mij daar druk om maken, heeft natuurlijk geen enkele zin. Maar vaak doe ik dat toch. Zonde van mijn tijd. Zonde van mijn humeur.

Maar het kan erger. Een paar weken geleden had ik weer eens vertraging. Om mijn aansluitende trein te halen, had ik geen tijd om uit te checken bij de NS en weer in te checken bij Arriva.

In de trein ging ik meteen naar de conducteur om dit te melden. Die bleek helaas zo rechtlijnig als een spoorstaaf en schreef zonder aarzelen een boete uit… O nee, toch niet, dat zag ik verkeerd. De conducteur bleek namelijk helemaal geen conducteur te zijn, maar een ‘medewerker Service en Controle’ die mij tamelijk dwingend uitnodigde om een ‘wettelijke verhoging’ te voldoen.

Zo zie je maar hoe een argeloze reiziger zich kan vergissen. Toch voelt die 35 euro wettelijke verhoging als een volkomen onterechte boete, en voelde ik mij meer als crimineel dan als trouwe treinklant behandeld.

Daar heb ik mij even flink over drukgemaakt… maar wacht… het is een oefening, een reismeditatie. De trein als zen-meester, de combinatie van klantvriendelijkheid en ov-chipkaart als raadsel, als koan. Om die te onderzoeken, heb ik een klacht aan Arriva gestuurd. Misschien kan de Meester mij in het antwoord tot verlichting brengen. Spannend.

Hieronder mijn brief aan Arriva.

de trein als zen-meester

Beste Arriva-medewerker,

Station Zwolle, vrijdag 7 november, 19:17
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en breek daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord. Gelukkig, de trein staat er nog steeds. Ik check uit bij de NS en ik check in bij u. Als ik bij de trein ben, schuiven de deuren dicht en moet ik wachten op de volgende trein. Dankzij de ‘paaltjesdans’ heb ik mijn aansluiting gemist. Niet voor het eerst, overigens.

de trein als zen-meester

Station Zwolle, vrijdag 21 november, 19:19
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en verbrijzel daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord van twee weken eerder. Gelukkig, de trein staat er nog steeds… maar het fluitje klinkt al. Ik ren de overstappaaltjes voorbij en haal de trein op de laatste halve seconde.

Trein Zwolle – Coevorden: 35 euro boete
Een kostbare zaak, zo bleek. In de trein ging ik zo snel mogelijk naar de conducteur om te melden dat ik geen tijd had om uit en weer in te checken. Het resultaat: een extra duur treinkaartje, 35 euro boete en het roemruchte zinnetje “u bent niet verplicht tot antwoorden”. In één klap van klant naar crimineel.

Palendans
Ik had, volgens de conducteur, tijd genoeg om mijn OV-chipkaart tegen de paal van de NS te houden, te wachten tot die groen licht geeft, vervolgens de OV-chipkaart tegen de paal van Arriva te houden, hier nog wat langer te wachten tot de bedrieglijk opgewekte piep klinkt. Maar goed, die tijd had ik – net als twee weken eerder – dus niet.

de trein als zen-meester

Géén geld terug bij vertraging
De conducteur, een potige kerel, vond het onterecht dat ik door een vertraging van de NS niet wilde betalen voor mijn rit met Arriva. Ook dat is onzin. Ik betaal graag, maar door het tijdrovende gedoe met die paaltjes is dat niet altijd even gemakkelijk. Waar nog bij komt, dat ik door mijn trein te missen ook mijn bus mis en een vol uur later thuis ben. Geld terug bij vertraging? Daar heb ik als klant natuurlijk geen recht op. Arriva wijst dan met een beschuldigende vinger naar de NS: ‘Wij gaan natuurlijk niet opdraaien voor vertraging van de ander’. Omgekeerd precies hetzelfde.

Criminele boete
Ik had aantoonbaar geen tijd om uit te checken en in te checken (dat kunnen jullie vast wel nakijken in mijn OV-chiphistorie van 7 en 21 november) en ben daar vervolgens de dupe van. Ik ben treinklant en wat maakt het mij uit of ik in een trein van de NS of van Arriva zit? Ik mag toch verwachten dat aansluitingen, zoals ze in de reisplanner staan, haalbaar zijn? Dat Arriva en NS daar samen voor zorgen?

Dat ik in deze situatie bijna 45 euro moet betalen voor een ritje dat mij anders (met 40% korting) een paar euro kost, vind ik volstrekt onredelijk. Zeker omdat ik daarbij ook nog eens als crimineel behandeld wordt. Vandaar mijn verzoek tot restitutie van het boetebedrag.

 [wordt vervolgd]

Landlopers | het vertrek | feuilleton, deel 3

Op 1 juni 1998 vertrok ik samen met Cathelijne en onze herdershond Jonas voor een voettocht van ruim vierduizend kilometer naar Santiago de Compostela en verder. Hierover schreef ik het boek ‘Landlopers – een voettocht met blaren, onrust en tortilla’. Deel 2 verscheen vorige week. 

Na uren woelen en draaien val ik uiteindelijk toch in slaap en hoor meteen daarna geklop op de deur. Na jaren van voorbereiden is het tijd om te gaan. De grote reis, de voettocht van Heiloo naar Jeruzalem via Amsterdam, Santiago de Compostela, Rome en Turkije gaat beginnen.

Landlopers ons kampGeradbraakt sta ik op en neem een lange douche om wakker te worden. De hele nacht vroeg ik mijzelf af of ik het aankan om duizenden kilometers te lopen met een minimum aan geld en een zware rugzak. Cathelijne sliep als een blok. Kennelijk had zij geen last van reiskoorts.

Iets na negen uur vertrekken we met vrienden en familie vanuit Limmen richting Castricum. Aan de rand van Limmen steekt een wildvreemde vrouw haar hoofd uit een zolderraam en houdt haar duimen omhoog in een gebaar dat Nina Brink later berucht zou maken. Ze roept:

‘Succes! Ik heb het gelezen in de krant. Machtig gewoon.’

We hebben tien mensen zo gek gekregen om ons deze eerste dag te vergezellen. In colonne marcheren we via de duinen naar Driehuis, net onder de rook van de Hoogovens. Twaalf mensen en een hond, de twaalf discipelen van Jacobus. Zo gaan we op weg.

Het gewicht van de rugzak trekt aan mijn schouders, maar door de spanning van het vertrek en de gezelligheid van de mensen die meelopen, heb ik er geen last van. Jonas lijkt niet onder de indruk van zijn hondenrugzak, hij kwispelt vrolijk naar iedereen om ons heen.

Landlopers, vermoeide voeten na de eerste dag

Alles is nieuw, ons hele leven. Ik voel me onwennig met mijn nieuwe status als wandelaar en alle aandacht die Jonas met zijn rugzak krijgt. Zo komen we op een kruispunt van wandelpaden een grote familie tegen:

‘Gelukkig ben ik geen hondje,’ roept Oma luid tegen haar kleindochter. Het meisje opent haar beugelbekkie en roept:

‘Hé joh, dat is een hond en geen ezel.’

Op de tweede dag breekt net voor station Sloterdijk het noodweer los. Het gaat zwaar vandaag. Op de kaart heb ik me een kilometer of tien verteld, zodat de route veel langer is dan gedacht. Vooral aan de laatste etappe lijkt geen einde te komen. We lopen langs de groenstroken en het spoor waar we tot voor kort bijna dagelijks Jonas uitlieten.

In het Westerpark raast een racefietser ons plotseling voorbij.

‘Stelletje dierenbeulen!’ roept hij. Voordat we kunnen reageren, is hij al uit het zicht verdwenen.

Je kunt hier een gedrukte versie van Landlopers bestellen.

Landlopers0 Cover

bitterzoet Fotogeluk (geluksdagboek – dag 1)

lekker tekenen in de treinMijn jongste zoon is ziek en ik heb ‘dienst’. Met een lodderig kind op schoot valt er weinig productiefs te doen, dus ga ik maar foto’s op de pc zetten. Eigenlijk best een nuttige taak, want door de vijfhonderd foto’s van de afgelopen maanden is mijn camera al bijna vol. Met kind op schoot schiet zo de tijd voorbij. Stadsbezoek met kerst, sterretjes met nieuwjaar, een weekendje weg met z’n tweetjes…

Ineens voel ik het tot in mijn tenen: dit is het geluksmoment voor de eerste dag van mijn geluksdagboek. Met dat warme lijfje tegen mij aan, dat de foto’s onophoudend van een stroom commentaar voorziet. Kijk, daar is mama. Kijk, dat ben ik… en dat ook. Dat is een boom, en dat niet.

Langzaam voel ik hoe zijn lichaam ontspant en zichzelf geneest. Met een druk op de knop beleven we nog een keer die vijfhonderd momenten. En nog een keer. Tegelijkertijd besef ik hoeveel geluk ik de afgelopen tijd heb meegemaakt. Helaas, zonder dat toen – op dat moment – bewust te beleven.

Zo ging ik in maart met mijn oudste zoontje naar het spoorwegmuseum. Hij had zich al weken voorbereid en met uiterste zorgvuldigheid alle noodzakelijke attributen ingepakt in zijn kleine rugzak, zoals een kleurboek en een selectie van kleuren voor onderweg in de trein (je gaat niet met de auto naar het treinmuseum, dat doe je gewoon niet – en de zware diesellocs op station Amersfoort, dat was misschien wel het mooiste van de hele dag).

Lekker tekenen in de treinOp de foto’s van die dag zie ik zijn intense beleving van al die stoomlocs, slaapcoupés en ijsjes. Helaas herinner ik me alleen dat ik voortdurend op m’n telefoon controleerde of de treinstoring van de ‘echte’ treinen al voorbij was. Ik maakte mij zorgen over de toekomst: hoe komen we weer thuis met al die bomen op het spoor?

Mijn zoon was volledig in het hier en nu. Daar was ik niet, ik was elders. En dat was echt niet de eerste keer, dat realiseer ik mij bij het zien van al die foto’s. Het geeft het eerste geluksmoment van dit geluksdagboek een wrange nasmaak.

[Een geluksdagboek bijhouden was huiswerk voor de mbsr/mindfulness-training, die ik afgelopen voorjaar volgde.]

Dankbaar inzicht (geluksexperiment 1)

Dankbaarheid tonen maakt gelukkig. Klinisch bewezen. Vandaar dat ik mezelf in november de opdracht gaf om iedere dag tien punten op te schrijven waarvoor ik die dag dankbaar was.

’s Avonds bij de kachel met een potje thee, kinderen op bed, keuken opgeruimd. Dat was voor mij het moment om de dankbaarheidsoefening te doen. De paar keren dat het niet lukte, was ik onderweg voor werk of opleiding, of kwam het er gewoon niet van.

tien vinger dankbaarheidsoefening

Wat heeft deze oefenmaand mij concreet opgeleverd?

  • 53 dagboekpagina’s met dankbaarheidslijstjes
  • 238 dankbaarheidspunten verdeeld over 26 dagen
  • 22 volledige lijstjes
  • 4 lijstjes met minder dan 10 punten

Of ik nu echt gelukkiger ben, vind ik moeilijk te beoordelen. Wel heeft de afgelopen maand een paar inzichten opgeleverd die zeker helpen in mijn zoektocht naar stilte en geluk:

  1. Gezin voorop – in de reservetijdtien vinger dankbaarheidsoefening
    Veel, heel veel, van de 238 punten gaan over vrouw en kinderen. Die zorgen overduidelijk voor de overgrote meerderheid van mijn dagelijks portie geluk. Tegelijkertijd voelt quality time als iets dat ik moet verdienen, als resttijd nadat het echte, belangrijke werk gedaan is. Dat maakt mij pijnlijk bewust van mijn calvinistische inborst.
  1. Droeve dankbaarheid
    Verrassend genoeg staan er niet alleen blije, goede dingen in de lijstjes. Kennelijk ben ik – het staat immers zwart op wit – ook dankbaar voor pijnlijke momenten, voor zaken die minder prettig waren of vervelend verliepen. En de tweede verrassing: juist door over die gebeurtenissen na te denken, vanaf de zijlijn, kon ik ze snel weer van me afzetten. Zonder daar nachtenlang wakker van te liggen. Bijvoorbeeld van de natuurlijk volstrekt onterechte boete voor zwartrijden die ik onlangs van een Arriva-conducteur kreeg (over de trein als strenge zenmeester volgt binnenkort meer).
  1. Ongrijpbaar geluk
    Mijn geluk zit niet in materiële zaken. Die komen dan ook niet voor op m’n dankbaarheidslijstjes, op een kopje koffie met aandacht na. Geluk zit ook veel minder in wat ik allemaal meemaak, maar meer in hoe ik met die gebeurtenissen omga. Hoe ik reageer in handelen en denken. Dezelfde situatie kan de ene dag uiterst prettig zijn en de volgende dag ontaarden in een stressvolle noodtoestand. Zoals ontbijten en kinderen klaarmaken voor schoolvertrek. Ontbijtchaos is met drie kleine koters onvermijdelijk. Hoe ik daarmee omga, dat heb ik wél zelf in de hand.

Geluk als keuze
Deze drie inzichten versterken het idee dat geluk inderdaad een keuze is. Maar wel een keuze die veel oefening vergt. Geluk is hard werken, maar dat geeft niet. Ik hou gelukkig van hard werken.

(als je het boek via deze link koopt,
ontvang ik een paar procent commissie.
Mijn hartelijke dank daarvoor!)

De tien-vinger-dankbaarheidsoefening (geluksexperiment 1)

tien vinger dankbaarheidsoefeningDankbaarheid tonen maakt je gelukkiger, daar schreef ik al eerder over. Klinisch bewezen, echt waar! De afgelopen maand heb ik vrijwel dagelijks een korte dankbaarheidsoefening gedaan. Gewoon, om eens te kijken wat er dan gebeurt.

Hier is de oefening:

De tien-vinger-dankbaarheidsoefening

Deze oefening helpt je om de kleine dagelijkse dingen in je leven te waarderen. Wie weet, blijken die kleinigheden helemaal niet zo klein te zijn. Misschien zijn ze juist waar het om draait in het leven.

De oefening is eenvoudig: noem voor iedere vinger van je beide handen iets op, waarvoor je dankbaar bent. Doe dat iedere dag, en ga door, ook als het na twee, drie of vier punten moeilijk wordt. Daar zit juist de oefening! Je dwingt je daarmee om je bewust te worden van al die momenten die je nauwelijks bewust meemaakt. Van al die routinehandelingen die je dagelijks op de automatische piloot doet. Van alles, waar je normaal gesproken meteen aan voorbij gaat.

10 vinger dankbaarheidsoefening

Met dank aan Elsa’s creatieve nagellakondersteuning!

Een maand deze oefening doen – bijna iedere dag – heeft een paar interessante inzichten opgeleverd. Maar of ik nu echt gelukkiger ben?

[wordt vervolgd]

Momo en de wijze Straatveger

Momo, vier decennia jaar oud jeugdsentiment. Actueler dan ooit voor mijn speurtocht naar stilte en geluk. De állermooiste passage uit het boek:

cover Momo en de Tijdspaarders van Michael Ende“Zie je Momo,” zei hij dan bijvoorbeeld, “het zit zo. Soms heeft men een hele lange straat voor zich. Men denkt, die is zo vreselijk lang – dat krijg ik nooit voor elkaar.”

Hij keek en poosje zwijgend voor zich uit, toen ging hij verder: “En dan begint men zich te haasten. En men haast zich steeds meer. Telkens wanneer men opkijkt, ziet men dat men maar niet opschiet. En men spant zich nog meer in en men wordt benauwd en tenslotte is men helemaal buiten adem en men kan niet meer. En de straat ligt nog steeds voor je. Zo moet men het niet doen.”

Hij dacht een tijdje na. Toen sprak hij verder: “Men moet nooit aan de hele straat tegelijk denken, begrijp je? Men moet alleen aan de volgende stap denken en de volgende ademhaling en de volgende bezemstreek. En steeds weer alleen aan de volgende.”

Weer hield hij op een hij dacht na voor hij er aan toevoegde: “Dan heeft men er plezier in; dat is belangrijk, dan doet men zijn werk goed. En zo moet het.”

En na nog een lange onderbreking vervolgde hij: “Opeens merkt men dat men stap voor stap de hele straat gedaan heeft. Men heeft het niet eens gemerkt en men is niet buiten adem.”

Hij knikte bedachtzaam en eindigde met de woorden: “Dat is belangrijk.”

(uit: Michael Ende, “Momo en de tijdspaarders”, 1973, p.35)

(als je het boek via deze link koopt,
ontvang ik een paar procent commissie.
Mijn hartelijke dank daarvoor!)